NTFU Mijn NTFU CONTACT SITEMAP
 

Home » Trainingen » Trainingstips » Trainingsvormen   |  Inloggen

Trainingsvormen
Er zijn diverse trainingsvormen. Iedere trainingsvorm resulteert in een ander trainingseffect. Het is belangrijk om die trainingen in het trainingsprogramma op te nemen die een effect teweeg brengen die tijdens de prestatie nodig zijn, dus om specifiek te trainen.

Duurtrainingen zijn de belangrijkste trainingen in de wielersport. De basis voor iedere prestatie is duurconditie, d.w.z. het vermogen om een langdurige prestatie op een bepaald niveau te kunnen leveren.

Wanneer je boven je anaërobe drempel traint kun je dat maar kort volhouden. Daarom doe je dat met intervallen. Door het uitvoeren van intervaltrainingen worden je snelheidsgrenzen verlegd. Een toerfietser heeft er veel profijt van om bij het klimmen intervaltrainingen in te lassen. Met intervaltraining mag echter pas worden gestart na een flinke periode van duurtraining.

In onderstaand overzicht worden de diverse trainingsvormen toegelicht.
U kunt de tabellen met Trainingsvormen ook downloaden als PDF.

Soorten trainingen

Hersteltraining (H):

Trainingszone

1

Uitvoering

Hierbij train je heel rustig. Deze training kun je het beste de dag voor of na een wedstrijd of na een intensieve- of weerstandstraining doen. Kan ook gebruikt worden als warming-up of cooling down.

Subjectieve kenmerken

Zeer licht, niet zweten, rustige ademhaling waarbij praten nog goed mogelijk is.

Duur

Tot 60 minuten

Trapfrequentie

80-100

Doel

Herstel na zware inspanning/warming-up/cooling down



Lichte duurtraining (D1):

Trainingszone

2

Uitvoering

Hierbij wordt zonder onderbreking ‘met de handjes op het stuur’ gefietst met een relatief lage intensiteit. Het is een goede oplossing om één keer per week een lange extensieve duurtraining te doen. Met name bij de opbouw naar het seizoen toe is deze trainingsvorm heel belangrijk. Hoe langer de wedstrijdafstanden zijn, des te belangrijker deze trainingsvorm wordt.

Subjectieve kenmerken

Licht, niet zweten, rustige ademhaling waarbij praten nog goed mogelijk is.

Duur

2-8 uur

Trapfrequentie

90-100

Doel

- trainen van de vetverbranding

- opbouwen van het aërobe uithoudingsvermogen

- verbeteren fietstechniek



Duurtraining (D2):


Trainingszone

3

Uitvoering

Deze training kan in blokvorm of continu worden uitgevoerd. Tijdens de herstelpauzes wordt er gefietst in een D1-tempo. Dit is de basis voor het fietsen en dient het hele jaar door 1 a 2 keer per week uitgevoerd te worden. M.n. bij de opbouw van het seizoen heel belangrijk. Vermeerder de trainingsomvang nooit met meer dan 10% per week. De maximale trainingsafstand is globaal de afstand van de toertocht plus 10%. Je kunt deze training doen in een groepje waarbij nog makkelijk gepraat kan worden met elkaar. Kan goed gecombineerd worden met krachttraining.

Subjectieve kenmerken

Lekker duurtempo, niet licht maar goed vol te houden, matig zweten, praten is mogelijk maar hele volzinnen wordt lastig.

Duur

2-8 uur

Trapfrequentie

90-100

Doel

- verbeteren aërobe capaciteit

- verbeteringen op spierniveau

- verbeteren fietstechniek



Intensieve duurtraining (D3):

Trainingszone

4

Uitvoering

Deze training wordt uitgevoerd in blokvorm. Tijdens de herstelpauzes wordt er gefietst in D1-tempo. Ze zijn zeer geschikt om in een bergachtige omgeving te doen. Op een lange steile helling kom je al snel in zone D3 terecht, en dit kun je hier ook lang volhouden. In de trainingsopbouw naar het seizoen toe, mag deze trainingsvorm pas zijn intrede doen als tevoren een goed basisuithoudingsvermogen opgebouwd is.

Subjectieve kenmerken

Zwaar tot maximaal duurtempo, fors zweten, zware ademhaling, in korte zinnen is praten nog net mogelijk.

Duur

Tot 1 uur

Aantal herhalingen

3-10 herhalingen van 6-20 minuten

Rust tussen herhalingen

Gelijk aan duur van de herhaling

Aantal series

1-2

Rust tussen series

15-20 min

Trapfrequentie

100-120

Doel

- Verhoogt de anaërobe drempel

- Ontwikkeling van tempohardheid (verbeteren van de snelheid die gedurende langere tijd volgehouden kan worden, onder andere t.b.v. het tijdrijden)



Extensieve intervaltraining:

Trainingszone

5

Uitvoering

Deze intervaltraining kan in 2 methoden onderverdeeld worden:

  1. korte intervalmethode: grote reeks korte intervallen van 15-60 seconden
  2. middellange intervalmethode: intervallen duren 1-3 minuten

Tijdens de herstelpauzes wordt er gefietst in D2-tempo. De pauze is bij deze trainingsvorm erg belangrijk, omdat het hart dan de prikkels krijgt die tot vergroting van het aërobe uithoudingsvermogen leiden.

Subjectieve kenmerken

Duur

15-40 minuten

Aantal herhalingen

Korte methode: 10-15 herhalingen van 15-60 sec

Middellange methode: 10-30 herhalingen van 1-3 minuten

Rust tussen herhalingen

Korte methode: 1,5 – 2 minuten

Middellange methode: 2 minuten

Aantal series

Korte methode: 2-4

Middellange methode: 1

Rust tussen series

Korte methode: 15-20 minuten

Trapfrequentie

100 (verzet opbouwen tot iets boven wedstrijdverzet)

Doel

- verbeteren aërobe vermogen (VO2-max), vooral door een betere hartfunctie

- verbeteren herstel bij intervalbelasting door snellere verwijdering van lactaat

- verbeteren van explosiviteit



Lange intensieve intervaltraining (weerstandstraining) (W)

Trainingszone

6

Uitvoering

Bv. fietsen op een heuvelachtig parcours waarbij aan maximale snelheid de heuvels wordt opgefietst en rustig wordt verder getraind tussen de heuvels

Subjectieve kenmerken

Verzuring wordt steeds heftiger, pijn in de benen

Duur

< 60 minuten (totale intervaltijd)

Aantal herhalingen

3 –5 herhalingen van 20 sec – 3 minuten

Rust tussen herhalingen

Verhouding belasting:herstel is 1:1 tot 1:3

Aantal series

2 –3

Rust tussen de series

10 – 20 minuten

Trapfrequentie

100

Doel

- verbetering van de anaërobe lactische capaciteit

- verbetering v.d. fietstechniek onder (zware) omstandigheden

- tempotraining



Korte intensieve intervaltraining (interval-sprinttraining) (S)

Trainingszone

7

Uitvoering

S1 = elke 15 minuten een sprint van ca. 200 m

S2 = elke 10 minuten een sprint van ca. 200 m

S3 = elke 6 minuten een sprint van ca. 200 m

Subjectieve kenmerken

Maximale snelheid, weinig tot geen vermoeidheid door korte tijdsduur

Duur

10, 20 of 30 seconden

Aantal herhalingen

4-8

Rust tussen herhalingen

Minimaal 6 minuten

Trapfrequentie

120-130

Doel

- verhogen van het vermogen en de capaciteit van het fosfaatsysteem (anaëroob a-lactisch), waardoor het sprintvermogen en het maximale vermogen verbeterd worden

 - stimuleren van de snelle spiervezels en verhogen van de snelheid

- verbetering van de melkzuurverwijdering



Krachttraining op de fiets (K):

Trainingszone

4-5

Uitvoering

Er wordt bergop gefietst, het stijgingspercentage moet variëren tussen de 4 en 6 % omdat het anders onmogelijk is om met een dergelijk lage trapfrequentie te fietsen en met tegelijkertijd zo’n hoge hartslag. Deze training kan het beste gedaan worden in het eerste uur van een duurtraining.

Duur

< 2,5 uur (totale duur)

Aantal herhalingen

2-6 herhalingen van 6-20 minuten

Rust tussen herhalingen

15-20 minuten (D1)

Trapfrequentie

50-60

Doel

 - voorkomt dat je explosiviteit verliest als gevolg van duurtraining

- verhoogt het vermogen om te klimmen en op vlakke weg langdurig te rijden

- versterkt trage spiervezels in beenspieren (produceren weinig melkzuur)


  
   
Privacy statement  |  Disclaimer